De voorgeschiedenis

Barrelhouse

Country blues
In de 17de eeuw was de opkomst van de slavernij een feit. Afrikaanse slaven werden massaal naar Noord- en Zuid Amerika verscheept om er op een onmenselijke manier te worden uitgebuit. Deze zwarte bladzijde uit de geschiedenis heeft, naast veel menselijk leed ook nog geleid tot het ontstaan van een totaal nieuwe muziekvorm … de blues. Als antwoord op het harde leven als slaaf werden klaagliederen gezongen, begeleid op banjo of gitaar. De blueszanger-gitarist speelde een combinatie van zangbegeleiding, afgewisseld met korte stukjes improvisatie. De eerste blues op piano moet een nabootsing geweest zijn van deze country blues en een piano had trouwens het voordeel dat tegelijkertijd kon begeleid en geïmproviseerd worden. Dit deed de piano aan populariteit winnen.

Ragtime & Stridepiano
Ragtime is een instrumentale muziekvorm en tevens de eerste zwarte muziek die werd uitgebracht op partituur. Tegen het einde van de 19de eeuw begonnen de zwarten de muziek van de Europese kolonisten (mars, polka, cancan, waltz,…) te absorberen. De manier waarop de zwarte pianisten hun melodie een achtste vòòr de tel inzetten in plaats van op de tel (syncoperen dus..), zorgde voor ritmische spanning. Dit stond bekend als ‘ragging the melodie’ en kan worden beschouwd als de allereerste vorm van ‘swing’.

Ragtime was amusementsmuziek. De talrijke nachtclubs in steden zoals New Orleans, St. Louis en Sedalia vormden het decor waarbinnen deze muziek zich ontplooide en de vele pianisten of zogenaamde ‘Professors’ trokken van stad tot stad, op zoek naar werk.

SCOTT JOPLIN was ongetwijfeld de populairste componist-pianist in die tijd. Hij was de vaste pianist in The Maple Leaf Club in het hart van de stad Sedalia (Missouri), tevens de bakermat van de ragtime. Scott Joplin werd vooral bekend door zijn compositie ‘Maple Leaf Rag’. Het nummer was een enorm succes en door de opbrengsten ervan kon hij zich toeleggen op het meer serieuze werk als componist. Hij componeerde zelfs een heuse opera ‘A Guest of Honor’ die in 1904 werd opgevoerd. Daarna ging het met Scott Joplin snel bergaf, ondermeer door drankproblemen. Hij werd opgenomen in een krankzinnigengesticht waar hij overleed in 1916.

Ragtime evolueerde verder tot wat in een later stadium ‘stride’ genoemd werd. Pianisten ontwikkelden nieuwe linkerhandtechnieken en nieuwe inzichten op het vlak van harmonie maakten de muziek als maar complexer. Pianist Jelly Roll Morton lag zowat aan de basis en pianisten zoals James P. Johnson, Willie ‘The Lion’ Smith, Fats Waller en Art Tatum vervolmaakten de stijl. Dit speelde zich voornamelijk af tussen 1925 en 1945.

Barrelhouse
Gelijktijdig ontstond een soort mix van ragtime en countryblues, die bekend stond als barrelhouse. Deze muziek ligt aan de basis van het ontstaan van boogie woogie en zette zich verder tot rond 1920. Een aantal nummers viel op door hun (voor die tijd) vernieuwende aanpak.
De grondleggers van de boogie woogie-stijl
GEORGE THOMAS. (geboren : 1880 ? Houston Texas)
Deze pianist-componist woonde samen met zijn jongere broer Hersal, tevens ook een voortreffelijk pianist, in de stad New Orleans en verhuisde in 1923 naar Chicago. Hij leefde en musiceerde volledig in de ragtimetraditie met uitzondering van een aantal van zijn latere werken. Eén zo’n uitzondering was het nummer ‘New Orleans Hop Scop Blues’ waarbij hij het bluesschema gebruikte, wat bij de andere ragtimenummers uit die tijd ongebruikelijk was. ‘New Orleans Hop Scop Blues’ is waarschijnlijk het allereerste twaalfmaten blues nummer met een boogie woogie baslijn. Het werd gepubliceerd in 1916 maar werd pas later opgenomen in 1923, door de band van Clarence Williams (Clarence Williams Blue Five) met Sidney Bechet op sopraansax.
Zijn twee volgende nummers bevatten alweer boogie elementen. Deze nummers heten ‘The Fives’ en ‘The Rocks’. Ze behoren tot de allereerste muziek met boogie woogie-ritmische eigenschappen die in Chicago te horen was, en voor veel opkomende pianisten binnen het genre een bron van inspiratie.
‘The Fives’ is geregistreerd op naam van zowel George als Hersal Thomas. In het nummer is duidelijk te horen hoe ragtime- en boogiebastechnieken beurtelings aan bod komen. Geen ander nummer illustreert zo prachtig hoe de twee muziekgenres geleidelijk aan in elkaar overvloeiden. Het bestaat enkel nog op pianorol en de akoestische versie, uitgevoerd door Hersal Thomas, is jammer genoeg verloren gegaan.
‘The Rocks’ is eveneens een mijlpaal in de prille boogiegeschiedenis. Hiervan bestaat wel een akoestische opname, gespeeld door George Thomas. Bij dit nummer worden frequent breaks ingevoerd en meerdere diverse boogie-basfiguren wisselen elkaar af.

JIMMY BLYTHE (geboren : 1901, Kentucky)
In 1916 verhuisde Jimmy Blythe naar Chicago. Hij was een allround pianist die experimenteerde met ragtime, stride, blues, boogie en populaire songs uit die tijd. De grote kentering die hij teweegbracht was eerder van improvisatorische aard. Tot dan toe was boogie woogie vooral een zaak van de linkerhand met als voornaamste kenmerk de zgn. ‘walking octaves’ basfiguren in achtste noten. De rechterhand maakte daarbij vaak overdadig gebruik van de blues toonladder met zijn weemoedig karakter, die verbanden legde met de klagende countryblues.
In het solowerk van Jimmy Blythe daarentegen hing een optimistische sfeer, meer afgeleid van de vaudeville dan van de blues. Dat boogie woogie in een latere fase aan populariteit won, is mede daaraan te danken. Vele van zijn ideeën werden overgenomen en uitgewerkt door pianisten van de tweede generatie, zoals Albert Ammons, Made Lux Lewis, Pinetop Smith en Pete Johnson.
Zijn nummer ‘Chicago Stomps’ is niet meteen een voorbeeld van boogievirtuositeit, maar het is toch wel het allereerste pure, onvervalste boogie woogie nummer uit de geschiedenis. Noch ragtime, noch New Orleansjazz, noch andere vreemde elementen zijn erin terug te vinden.

Zowel George Thomas als Jimmy Blythe waren eigenlijk ragtimepianisten die door blues elementen toe te voegen aan hun muziek, geleidelijk aan de evolutie naar boogie woogie op gang brachten. Sommige pianisten met roots in de country blues lieten zich dan weer inspireren door de ragtime. Speckled Red, Will Ezel en Cow Cow Davenport, Arthur ‘Montana’ Taylor en Romeo Nelson behoren tot het lijstje. Hun muziek was van het ruigere soort en soms voorzien van vunzige teksten. Hoewel ze op technisch vlak moesten onderdoen voor pianisten uit het ragtimekamp, stonden ze toch een stuk dichter bij de essentie. Een aantal onder hen misten de boogie woogie rage van eind jaren 30 (zie verder), maar zonder hun bijdrage zou er van een dergelijke rage misschien helemaal geen sprake geweest zijn.