De landelijke stijl

Meade Lux Lewis

Meade Lux Lewis

Tijdens de tweede helft van de 19de eeuw hadden blues muzikanten nauwelijks contact met elkaar waardoor het zelden kwam tot uitwisselen van ideeën. Ze leefden meestal als eenzaten, verspreid over een groot gebied. Dit leidde tot een soort inteelt en had een remmende werking op de verdere ontwikkeling van de stijl. De meeste pianisten waren in deze pionierstijd trouwens muzikaal niet onderlegd en hun techniek was vaak ondermaats. De beschikbare piano’s bevonden zich daar bovenop nog in een zeer slechte staat.
Er bestaat weinig informatie over deze vroege beginperiode en wie deze allereerste blues pianisten waren is niet duidelijk. Ze deden waarschijnlijk niet veel meer dan zoeken naar een manier om hun Afrikaans ritmegevoel om te zetten in pianomuziek. Het repetitieve karakter en het voortdurend zoeken naar ritmische spanning versterken dit vermoeden.

De zuidelijke staten : wieg van de boogie woogie
Zo’n 200 jaar geleden bestonden de Verenigde Staten voor het grootste deel uit bos. De meest beboste staten waren het zuidelijk gelegen Louisiana, Mississippi, Alabama, Florida en een deel van Texas. Aan het rijke bosbestand kwam stillaan een einde toen vanaf 1830 de houtindustrie opgang maakte. Zwarte arbeiders, waaronder veel criminelen werden daarbij in grote getale ingezet. De afgezaagde stammen werden getransporteerd via een zogenaamde ‘Dummy line’, een spoorlijn die diep in het woud doordrong tot aan het werkkamp. Wanneer de houtvoorraad begon te slinken werden de rails doorgetrokken tot aan een volgende beboste plek waar het werk kon worden hervat. De ‘dummy line’ was de enige verbinding met de bewoonde wereld en zo’n werkkamp was dan ook een ideale schuilplaats voor de vele voortvluchtigen die er werkten.

In de geïmproviseerde saloon op rails zat altijd wel ergens een pianist in één of andere rokerige hoek non-stop zijn ding te doen. De artistieke verwachtingen lagen niet zo hoog en zijn grootste zorg was het opbotsen tegen het lawaai van de beschonken menigte.
Ook in de steden waren pianisten aan het werk. Zowel in bordelen als in drankgelegenheden die allerhande benamingen meekregen, van ‘Barrelhouses’ tot ‘Honky Tonks’ of ‘Juke Joints’. Een barrelhouse was eigenlijk niet meer dan een schuur waarin men met tonnen en planken een bar installeerde.

De trein als inspiratiebron
Deze pianisten waren constant onder weg en het meest populaire vervoermiddel was de goederentrein. Geld om op een andere manier te reizen hadden ze trouwens niet. Soms kregen ze de goedkeuring van de treinbestuurder maar meestal reisden ze toch als blinde passagier, hangend aan een onderstel of dagenlang opgesloten in een lawaaierige goederenwagon. Pianist Wesley Wallace geeft een gedetailleerde beschrijving van een dergelijke treinrit van Nashville tot New Orleans in het nummer ‘Number 29’.

Vele composities zijn dan ook geïnspireerd op dergelijke treinreizen waarbij stoomfluiten worden nagebootst in de vorm van dissonante akkoorden of treinen die langzaam vertrekken vanuit een station, enz… De boogie-trein relatie komt nog maar eens tot uiting in de titels van de vele nummers. Het meest gekende is ongetwijfeld ‘Honky Tonk Train Blues’ van Meade Lux Lewis. De tempo-vertraging op het einde symboliseert een trein die aankomt in een station.